Inleiding Diagoonwoningen

De Diagoonwoningen, door Herman Hertzberger in de jaren 1967-1969 ontworpen, waren oorspronkelijk bedoeld om een woonwijk van 324 eengezinswoningen mee te ontwikkelen in Vaassen nabij Apeldoorn. Al snel bleek bij calculatie door de ontwikkelaar, het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten te Assen, dat de bouwkosten veel te hoog zouden worden en werd besloten slechts 50 woningen te bouwen op basis van een aangepast ontwerp. Toen ook dit ontwerp te duur bleek, ondanks enkele bezuinigingsronden, werd besloten het project stop te zetten. Echter had het Bouwfonds extra geld beschikbaar om het feit te vieren dat zij na de start van de wederopbouw de 25.000ste woning hadden opgeleverd. Met dit geld, dat het Bouwfonds via de nieuw opgerichte Stichting Experimentele Woningbouw beschikbaar stelde, werd een fragment van dit plan uitgewerkt bestaande uit twaalf woningen met tuin en verdeeld in clusters van drie, zeven en twee woningen. De eerste drie woningen waren gespiegeld ten opzichte van de andere negen huizen, met een doorgang tussen beide delen. Uiteindelijk werden in 1970-1971 onder de noemer experimentele woningbouw acht woningen gebouwd in de naoorlogse uitbreidingswijk Buitenhof van Delft, ook weer verdeeld in twee gespiegelde delen van drie en vijf woningen met doorgang. Bouwer was de Delftse aannemingsmaatschappij Van den Berg & Van der Klis BV. Het idee achter het ontwerp van de Diagoonwoningen was om bewoners meer controle te geven op het ontwerp van hun woning en hun eigen manier van leven. Het was een kritische reactie op de gestandaardiseerde volkshuisvesting van na de 2e wereldoorlog.

De Diagoonwoningen zijn geconcipieerd als halfproduct, het ‘karkas’, dat door de bewoners zelf afgemaakt, uitgebreid en ingevuld kan worden afhankelijk van de eigen functionele en emotionele wensen. De woning is overigens geen neutrale structuur, maar biedt juist zo veel mogelijk verschillende uitgangscondities. De woningen leveren een unieke ruimtelijke ervaring op door de sculpturale vormgeving van verspringende vloeren rond een vide. Het is een continue ruimte met lichte en donkere ruimten, hoge en lage, open en gesloten, grote en kleine plekken die aanleiding zijn voor een rijk palet aan associaties. Kenmerkend is ook het spelen met licht en het gebruik van grijze B2-betonblokken voor zowel binnen als buiten. De diversiteit in maat en detail nodigt uit tot specifiek gebruik als rondlopen, zitten, aanraken, en kijken. Aan de buitenkant zijn de grote gevelkozijnen eveneens bijzonder. Binnen het vaste stijl- en regelwerk kan de lichtdoorlatendheid door de bewoners zelf worden geregeld door de verhouding tussen glas en vaste panelen te bepalen. Alle woningen zijn dan ook onderling verschillend aan binnen- en buitenzijde.

In de introductie van het project in Delft verwoordt Herman Hertzberger het als volgt: ”De kleine groep woningen die thans te Delft gebouwd wordt, is te beschouwen als prototype, van waaruit een verscheidenheid van oplossingen kan worden ontwikkeld. Door vloeren weg te laten of toe te voegen kunnen kleinere of grotere woningen verkregen worden, terwijl door opeenstapeling of koppeling in horizontale zin van meerdere woningen, deze op vele wijzen tot elkaar gesitueerd kunnen worden, afhankelijk van de omgeving en de groep die wordt nagestreefd. Gebruikmakend van de mogelijke stapeling en koppeling, zou in uiterste instantie een kontinue woonstruktuur gemaakt kunnen worden. Wat hier beoogd wordt is te proberen prototypen van woningen te maken, die wezenlijk meer speelruimte bieden voor individuele verschillen in woon- en leeftrant en die de bewoners de gelegenheid bieden om zelf te denken en te ontdekken wat hen gewoonlijk zonder meer wordt opgedrongen. Aan de hand van deze prototypen zal nagegaan kunnen worden wat mensen van hun woning verwachten en wat ieder op zijn eigen wijze met die woning zal doen, als hem in ruimere zin de gelegenheid wordt geboden. Uit evaluatie van dit ekspirement kan men gaan zien wat voor de bewoners wezenlijk is.” (tekst in toenmalige ‘moderne’ spelling)

De Diagoonwoning op nummer 32 is vanaf de oplevering door de eerste eigenaar bewoond tot 2011, waarna de woning grotendeels ongebruikt is gebleven tot de aankoop begin 2015. In de woning hebben geen grote verbouwingen of uitbreidingen plaatsgevonden. Zelfs de originele metalen ophaalbrug over de vide naar het dakterras en het metalen bordes zijn nog werkend aanwezig, én in de originele kleur Hertzberger-paars. Dat geldt ook voor de specifieke kasten boven de doorgangen, de 'scheepsladder' naar de torenkamer, en de relingen/zitplekken rond de vide. De woning is als museumwoning particulier bewoond en dus ‘werkend’ te bezichtigen.

De uitbreidingswijk Buitenhof is de tweede grootschalige wederopbouwwijk na de tweede wereldoorlog in Delft. Als kritische reactie op de eerste wijk Voorhof, is in de uitwerking de hoogbouw vervangen door middellaagbouw van 4 of 5 lagen. In plaats van een stringente ‘stempelverkaveling’ is er een iets vrijere verkaveling toegepast. De structuur van de wijk is hoogwaardig uitgewerkt met buurten in het groen met een hoofdverkeersas als centrale groene as. Interessant als voorbeeld van naoorlogse stedenbouwkundige planning en vormgeving.

 

Het bouwblok van acht woningen is met de woning op nummer 32 sinds januari 2016 aangesloten bij het Iconic Houses Network. Dit netwerk omvat huizen die een belangrijke betekenis voor de moderne architectuur hebben en open staan voor publiek. Op de website www.iconichouses.org staan ruim 200 huizen met locatiegegevens en achtergrondinformatie. Het lidmaatschap van dit netwerk betekent een belangrijke erkenning en stap in de internationale verspreiding van dit werk van Herman Hertzberger.

Op de zijgevel van het huis op nummer 34 is de Architectuur­plaquette aangebracht van het voormalige NAi - Nederlands Architectuurinstituut, tegenwoordig de Stichting Architectuurplaquette. De Architectuurplaquette heeft ten doel de belang­stelling voor de ontstaans­geschiedenis en architectuur van de gebouwde omgeving te bevorderen. De plaquette is een moderne gevelsteen met de naam van het gebouw, het bouwjaar en de makers. Het is een vervolg op het bouwbord. Deze gegevens staan ook in de Architectuurgids, aangevuld met een korte gebouwbeschrijving, het adres en foto's.